De Syrisch-Orthodoxe Kerk baseert haar leer op de Heilige Schrift¹, die door goddelijke inspiratie² is geopenbaard, en op de gezaghebbende uitleg van de Heilige Vaders³ van de Kerk. Daarnaast is haar geloof stevig verankerd in de Heilige Tradities⁴ die rechtstreeks van de heilige Apostelen⁵ zijn ontvangen. De kerk leeft volgens de leerstellingen die zijn vastgelegd tijdens de Heilige Oecumenische Concilies⁶ van de eerste eeuwen van het christendom.
Binnen de Syrisch-Orthodoxe traditie vormen de Heilige Schrift, de apostolische overlevering en de uitleg van de Heilige Vaders samen één geheel. De Kerk ziet deze niet als afzonderlijke bronnen, maar als onderling verbonden getuigenissen van hetzelfde geloof dat door Christus aan Zijn apostelen werd toevertrouwd en door de eeuwen heen zorgvuldig is doorgegeven.
Deze geloofswaarheden vormen het fundament van het Syrisch-Orthodoxe geloof. Ze nodigen de gelovige uit tot een leven van toewijding, gebed, berouw⁷ en gehoorzaamheid aan Gods wil, zoals die wordt geopenbaard in Zijn Heilige Kerk, door haar liturgie⁸, leer en gemeenschap.

Centraal in het geloof van de Syrisch-Orthodoxe Kerk staat de belijdenis van de ene ware God⁹: de Allerhoogste, één in wezen¹⁰ en onverdeeld in Zijn goddelijke natuur¹¹, maar geopenbaard in drie Personen¹² — de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze heilige Drie-eenheid¹³ vormt het hart van het christelijk geloof: volmaakt in eenheid, gelijk in majesteit, en onderscheiden in persoonlijke eigenschappen en werking binnen het ondoorgrondelijke mysterie¹⁴ van God.
De Zoon van God, de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid, is uit liefde voor de mensheid uit de hemel nedergedaald. Door de werking van de Heilige Geest nam Hij het menselijk vlees aan uit de heilige Maagd Maria¹⁵. In haar werd het eeuwige Woord¹⁶ vlees, en zij baarde Hem die waarachtig God en waarachtig mens is. In Jezus Christus zijn de goddelijke en menselijke natuur¹⁷ onlosmakelijk verenigd in één Persoon, zonder vermenging, zonder verandering, zonder scheiding en zonder verwarring¹⁸.
Hij werd gekruisigd, leed en stierf voor het heil¹⁹ van de wereld, en werd begraven. Toch verliet Zijn goddelijkheid Hem op geen enkel moment — noch in Zijn lichaam, noch in Zijn ziel. Op de derde dag verrees Hij in heerlijkheid uit de dood en verbrak de macht van zonde, dood en duivel. Door Zijn opstanding²⁰ werd de weg naar het eeuwige leven opnieuw geopend voor de mensheid.
Na Zijn hemelvaart²¹ zit Hij aan de rechterhand van de Vader, vanwaar Hij eenmaal zal wederkomen²² in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden, en om Zijn Koninkrijk²³ ten volle te openbaren.


De Kerk gelooft in de opstanding van de doden²⁴ op de Dag des Oordeels²⁵, wanneer Jezus Christus wederkomt om ieder mens te oordelen naar zijn daden. Dan zal ieder zijn eeuwige bestemming²⁶ ontvangen, in overeenstemming met Gods volmaakte rechtvaardigheid²⁷ én Zijn oneindige barmhartigheid²⁸.
De Heilige Geest, de derde Persoon van de Heilige Drie-eenheid, gaat uit van de Vader en rust in de Zoon²⁹. Hij is de Geest die leven geeft — lichamelijk, geestelijk en eeuwig — en blijft werkzaam in de Kerk door gebed, sacramenten³⁰ en heiliging³¹. In Hem wordt Gods heilswerk tot op de dag van vandaag voortgezet, tot de voltooiing van alle dingen³².
De Heilige Maagd Maria, de Moeder van onze Heer, werd geboren uit Joachim³³ en Anna³⁴. Hoewel zij als mens deel had aan de menselijke natuur, werd zij door de genade van de Heilige Geest gereinigd en geheiligd. Zij werd waardig bevonden om het Woord van God in haar schoot te ontvangen en Hem naar het vlees te baren.
Daarom eert de Kerk haar als Godbaarster³⁵, de Moeder van God (Aramees: Yoldath Aloho, Emo d’Aloho). Deze titel belijdt niet alleen haar unieke plaats in de heilsgeschiedenis³⁶, maar bevestigt bovenal de waarheid dat Hij die uit haar geboren werd waarachtig God is, tot eer van Christus en tot zegen van de gelovigen.

Voetnoten
¹ Heilige Schrift: De verzameling bijbelboeken die binnen het christendom als het geïnspireerde Woord van God worden beschouwd.
² Goddelijke inspiratie: Het geloof dat God door de werking van de Heilige Geest de auteurs van de Bijbel heeft geleid bij het opschrijven van Zijn openbaring.
³ Heilige Vaders: Kerkvaders en geestelijke leraren die een belangrijke rol hebben gespeeld in de uitleg van de christelijke leer en het bewaren van het apostolische geloof.
⁴ Heilige Tradities: De geloofsleer, liturgische gebruiken en kerkelijke overleveringen die door de apostelen zijn doorgegeven en binnen de Kerk worden bewaard.
⁵ Apostelen: De door Jezus Christus uitgekozen leerlingen die belast werden met de verkondiging van het evangelie en de opbouw van de Kerk.
⁶ Heilige Oecumenische Concilies: Kerkvergaderingen van bisschoppen uit de gehele christelijke wereld waarin belangrijke geloofsvragen werden besproken en leerstellingen werden vastgesteld.
⁷ Berouw: Het oprechte besef van zonde, gepaard gaand met spijt, bekering en het verlangen om zich opnieuw tot God te wenden.
⁸ Liturgie: De vaste orde van gebeden, lezingen, gezangen en heilige handelingen waarmee de Kerk God vereert.
⁹ Ene ware God: Het geloof dat er slechts één God bestaat, Schepper van hemel en aarde, die Zich heeft geopenbaard in de Heilige Schrift.
¹⁰ Wezen: De goddelijke natuur of essentie van God, die één en ondeelbaar is.
¹¹ Goddelijke natuur: Het eeuwige, onveranderlijke en volmaakte bestaan van God.
¹² Personen: Binnen de christelijke leer de drie onderscheiden Personen van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest.
¹³ Heilige Drie-eenheid: Het christelijke geloof dat de ene God bestaat als Vader, Zoon en Heilige Geest, drie Personen in één goddelijk wezen.
¹⁴ Mysterie: Een goddelijke werkelijkheid die de menselijke rede overstijgt en slechts gedeeltelijk kan worden begrepen.
¹⁵ Heilige Maagd Maria: De moeder van Jezus Christus, die volgens het christelijk geloof door de werking van de Heilige Geest Christus heeft ontvangen.
¹⁶ Het eeuwige Woord: Verwijzing naar de Zoon van God, die volgens Johannes 1:1 van eeuwigheid bij God was en zelf God is.
¹⁷ Goddelijke en menselijke natuur: De leer dat Jezus Christus volledig God en volledig mens is.
¹⁸ Zonder vermenging, zonder verandering, zonder scheiding en zonder verwarring: Formulering waarmee de Kerk belijdt dat de goddelijke en menselijke natuur van Christus volkomen verenigd zijn zonder hun eigen kenmerken te verliezen.
¹⁹ Heil: De verlossing van de mens van zonde en dood door het verlossingswerk van Jezus Christus.
²⁰ Opstanding: Het geloof dat Jezus Christus op de derde dag lichamelijk uit de dood is verrezen.
²¹ Hemelvaart: De gebeurtenis waarbij Jezus Christus veertig dagen na Zijn opstanding ten hemel opsteeg.
²² Wederkomen: De toekomstige terugkeer van Jezus Christus aan het einde der tijden om te oordelen de levenden en de doden.
²³ Koninkrijk: Het eeuwige koninkrijk van God waarin Zijn heerschappij volledig zichtbaar zal zijn.
²⁴ Opstanding van de doden: Het geloof dat alle mensen aan het einde der tijden zullen opstaan uit de dood om voor God te verschijnen.
²⁵ Dag des Oordeels: De dag waarop Jezus Christus zal wederkomen om de levenden en de doden te oordelen.
²⁶ Eeuwige bestemming: De uiteindelijke staat van de mens na het oordeel van God, in gemeenschap met God of gescheiden van Hem.
²⁷ Rechtvaardigheid: Gods volmaakte en rechtvaardige oordeel, waarbij Hij ieder mens beoordeelt naar waarheid en gerechtigheid.
²⁸ Barmhartigheid: Gods liefdevolle mededogen en bereidheid om zonden te vergeven aan wie zich tot Hem wenden.
²⁹ Gaat uit van de Vader en rust in de Zoon: Traditionele Syrisch-Orthodoxe formulering over de verhouding van de Heilige Geest binnen de Heilige Drie-eenheid.
³⁰ Sacramenten: Heilige handelingen die door Christus aan de Kerk zijn toevertrouwd en waardoor Gods genade zichtbaar en werkzaam wordt.
³¹ Heiliging: Het proces waardoor een gelovige door Gods genade steeds meer wordt gevormd naar het beeld van Christus.
³² Voltooiing van alle dingen: De uiteindelijke vervulling van Gods heilsplan bij de wederkomst van Christus en de komst van Zijn eeuwig Koninkrijk.
³³ Joachim: Volgens de christelijke traditie de vader van de Heilige Maagd Maria.
³⁴ Anna: Volgens de christelijke traditie de moeder van de Heilige Maagd Maria.
³⁵ Godbaarster: Titel voor de Heilige Maagd Maria die uitdrukt dat zij Jezus Christus heeft gebaard, die waarachtig God en waarachtig mens is. De Griekse benaming hiervoor is Theotokos.
³⁶ Heilsgeschiedenis: De geschiedenis van Gods handelen met de mensheid om verlossing en eeuwig leven te schenken door Jezus Christus.
